World Breastfeeding Week: De positieve invloed van rooming-in op borstvoeding

Breastfeeding: the foundation of life. Van 1 tot en met 7 augustus is het World Breastfeeding Week. In deze week wordt er internationaal aandacht besteed aan borstvoeding door organisaties zoals onder andere UNICEF, de World Health Organisation (WHO), La Leche League International en The Academy of Breastfeeding Medicine. De WHO adviseert om een baby exclusieve borstvoeding aan te bieden tijdens de eerste zes maanden van zijn of haar leven. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat rooming-in bijdraagt aan een goede start voor de borstvoeding. In deze blog duiken wij kort in de geschiedenis van rooming-in en welke invloed het op borstvoeding heeft.

Borstvoeding en rooming-in

Tot aan de jaren 50 was het heel normaal om thuis te bevallen. Rond 1940 beviel ongeveer 90 procent van de vrouwen thuis, vaak onder begeleiding van een vroedvrouw. [1] In de loop der jaren gingen steeds meer vrouwen bevallen in kraamklinieken of ziekenhuizen. Volgens Perined, dat zich bezig houdt met het verbeteren van de perinatale zorgverlening, beviel in 2015 nog maar 13 procent van de vrouwen thuis.

Jarenlang werden de pasgeboren baby’s naar een kraamkamer gebracht, waar ze samen met andere baby’s door verpleegkundigen werden verzorgd en op gezette tijden naar hun moeders werden gebracht voor een voeding. Zo, werd er altijd gezegd, kon de moeder goed uitrusten.

Steeds vaker gaven net bevallen moeders aan dat ze hun kind graag in de buurt wilden houden. Daarnaast vonden er in de late jaren 30 in Amerika een aantal congressen over psychologische aspecten van het gedrag van kinderen en factoren die een gezonde emotionele ontwikkelingen positief of negatief konden beïnvloeden. De specialisten waren van mening dat de opgelegde vaste routines, zoals de verzorging in de kraamkamers en slecht contact met de moeder tijdens de voedingen, een rol speelden in het ontwikkelen  van emotionele problemen bij kinderen.

Rond 1950 werd het eerste rooming-in programma in Amerika opgestart. In het Grace-New Haven Community Hospital werd een proef gestart, waarbij pasgeboren baby’s en hun moeders niet werden gescheiden. Het bleek een groot succes, sommige moeders gaven zich al op voor het programma, zodra ze wisten dat ze zwanger waren. Zo waren ze in ieder geval zeker van een plekje binnen het programma.

Meer recentere onderzoeken laten zien dat het beter voor zowel de moeders als de baby’s is om dag en nacht bij elkaar te blijven. De WHO adviseert daarom dat alle moeders met gezonde baby’s, ook na een keizersnede, 24 uur per dag bij elkaar moeten blijven. [2]  Het bleek dat baby’s die bij hun moeder blijven, vaker drinken en meer in gewicht aankomen dan baby’s op een kraamkamer. [3] Uit andere onderzoeken blijkt dat moeders die het grootste gedeelte van de dag samen zijn met hun kinderen, langer borstvoeden dan moeders die gescheiden worden van hun kinderen.

Rooming-in in Nederland

Mobychair

Steeds meer ziekenhuizen in Nederland geven de mogelijkheid tot rooming-in. In zogenaamde kraamsuites blijven moeder en kind constant samen. Vaak bieden de ziekenhuizen zelfs de mogelijkheid voor de partner om bij het nieuwe gezin te blijven.

Bij VAB hebben wij verschillende producten die er alles aan doen om moeder en kind te ondersteunen tijdens het opstarten van de borstvoedingsperiode. Zo hebben wij de Mobycrib Matris, een rooming-in bedje dat aan het bed van de moeder geschoven kan worden. Moeder en kind kunnen constant in contact blijven en het kindje is makkelijk bereikbaar voor voedingen. Onze Mobychair borstvoedings- en buidelstoel biedt een comfortabele plaats om te voeden en samen uit te rusten. Natuurlijk denken wij ook aan de partners. Met ons ruime rooming-in assortiment bieden we verschillende mogelijkheden voor de partner om te blijven overnachten.

 

[1] (Sparks, 2010)

[2] (World Health Organisation, 2009)

[3] (Yamauchi Y, 1990)